Boekrecensie Christel Loman; Ik wou dat de hemel openging. Dementie in een andere dimensie

ik wou dat de hemel openging1-1“Ik wou dat de hemel openging” is het debuut van Marion de Vries, verpleeghuismedewerkster, hypnotherapeut, (natuur-)coach en blogger. Ik heb Marion leren kennen via de blogsite Yoors, waar ik al enige tijd van haar verhalen genoot. Marion schrijft altijd met een fikse dosis humor, maar weet ook een serieus verhaal te schrijven.

 Dit boek bestaat eigenlijk uit twee delen. In deel een schrijft de auteur over haar eigen leven, haar jeugd, met een veel te vroeg overleden vader, en het leven met haar moeder, die in haar eentje drie kinderen opvoedde.

En als ze mijn rotzooi helemaal zat was, dan smeet ze alles op bed en dan móést ik wel opruimen. Dacht ze…

Marion de Vries

Je begint te lezen in het boek, Marion neemt je mee naar 1997, en vanaf dat moment wil je niets liever dan verder lezen. Direct zit je in het verhaal, en leef je enorm mee met de auteur die feilloos de onmacht weet te beschrijven van een volwassen vrouw die haar moeder in een ziekenhuisbed ziet liggen, maar ook van een klein meisje dat haar overleden vader ziet, en deze niet durft te kussen.

 In een rap tempo neemt Marion je mee door haar leven, en verteld over de band met haar moeder, tijdens het lezen betrapte ik mezelf erop dat ik regelmatig hardop zat te lachen, maar soms ook, dat ik een brok in mijn keel had, en wanneer ze het overlijden van haar moeder beschrijft, rolden mij de tranen over mijn wangen.

zzzzzrrrrrbbbbbttttt

zoen van Marion

Marion had een warme band met haar moeder, en de pijn die ze voelt wanneer haar moeder begint te dementeren (dat monster met zijn vieze, vuile jatten) is voelbaar vanaf iedere bladzijde, en deze is zo herkenbaar! De onmacht, maar ook de mooie momenten die er zijn, Marion beschrijft ze vol liefde, én humor!

bedankt mam. Dat is het eerste wat je vanaf je wolk tegen me kan zeggen?

Marion de Vries

Marion zou Marion niet zijn als er niet ook een stukje magie, of zo je wilt, spiritualiteit in het boek voorkwam. Marion heeft nog altijd regelmatig contact met haar ouders, en ook dat weet ze ontroerend te beschrijven. Dit contact gun je een ieder!

In het tweede deel van het boek beschrijft de auteur situaties uit haar werk: anekdotes over bewoners. Ook hier spreekt enorm veel liefde uit haar teksten. Marion houdt van “haar” bewoners, en de bewoners van haar! Tussen de anekdotes door staan wat rake uitspraken die bewoners gedaan hebben, en die je op zijn minst een glimlach bezorgen.

Ik ben diep geraakt door dit boek, en kan iedereen aanraden het te lezen.

Neem een paar uur de tijd, zoek een lekkere stoel op, en lees…..

Ik garandeer je: je krijgt er geen spijt van!

En Marion: Kom maar door: ik kan niet wachten!!

Ik wou dat de hemel open ging. Dementie in een andere dimensie.

Auteur: Marion de Vries.

Softcover, 196 bladzijden.

ISBN: 9789082957402

Uitgever: Marion’s world

Website: www.marions.world

 


De link naar de
Recensie Christel Loman

Advertenties

Onder zwaar protest (uit het boek: Ik wou dat de hemel openging. Dementie in een andere dimensie

waterkokerHallo, ik ben Piet de waterkoker. Ik ben inmiddels al best oud en krakkemikkig. Ik warm al jaren het theewater op voor mevrouw Van Diepen. Dat doe ik volautomatisch na een druk op mijn knop. Mijn mevrouw heeft het niet makkelijk. Nou ja, misschien moet ik zeggen: ze maakt het zich niet makkelijk. Ze is niet dementerend hoor, maar er gaat iets anders niet goed in haar hersenen. En dus probeer ik met mijn oude krakende elektrasnoertje en verwarmelementen haar leven niet nog extra te bemoeilijken.

Ik weet niet meer hoe oud zij was toen ze me, destijds nog glimmend en fris, van de winkelplank griste. Wat ik nog wel weet is dat ik meer plezier in de winkel had dan bij haar in de keuken. Ik draag mijn lot dapper.
Mevrouw heeft namelijk een humeur waar jij ook niet blij van zou worden. Regelmatig hoor ik haar scheldend en tierend door het huis stampvoeten en dan tril ik mee op de deining van de planken vloer. Dat is niet fijn voor mijn ledematen, maar inmiddels weet ik niet beter en zet m’n pootjes stevig neer op het aanrecht bij elke uitbarsting. Die zijn dan ook door de jaren heen behoorlijk gespierd geworden.
Op een dag, ik zal 18 jaar oud geweest zijn, was het een drukte van jewelste in haar huis. Ze ging verhuizen. Haar zoon pakte mij op en gooide me in de prullenbak. Dat vond ik niet leuk. Mevrouw gelukkig ook niet en ze haalde mij er weer uit. Ze poetste me schoon met haar mouw en klemde mij onder haar arm. Met haar dunne lippen schreeuwde ze tegen haar zoon:
‘Hoe haal je het in je hoofd om de waterkoker weg te gooien! Die doet het nog prima!’
En daar had ze gelijk in. Haar zoon mopperde nog wat terug over een nieuwe kopen, waar ik ook van overstuur raakte. Mij inruilen voor een jonger exemplaar? Nou, echt niet hè!
Vlak voor de verhuizing had ze mij naar haar zoon toe gegooid, dus hij was mij natuurlijk wel spuugzat. Dat was overigens een vreselijke ervaring, want ze gooide raak. Volgens mij was hij drie hechtingen rijker en ik had een deuk. Ik had het in haar gekrijs aan de telefoon met haar zoon niet helemaal meegekregen, maar ik begreep uit haar hysterisch huilen dat de maat voor hem vol was en dat ze naar een verpleeghuis moest. Zoiets …
Dan zou ze betere zorg en medicatie krijgen en niet alleen zijn, had ‘ie gezegd. Eigenlijk kon hij haar gewoon niet meer aan en dat snapte ik wel.
Haar mankeerde inderdaad van alles: een buikhernia, nekhernia en ook een snelgroeiend gezwel in haar darmen. Maar ze slikte haar medicatie niet, omdat die niet hielp. Zei ze.
Maar wel klagen. Heel veel klagen en dreinen en zeuren.
‘Oh, ik ben zo verdrietig.
Ik heb zo’n pijn en de dokter zegt dat ik m’n medicijnen moet nemen, maar die helpen niets.
Wat moet ik nou? En nu zit ik hier maar en vroeger ging ik er altijd op uit met m’n brommer. Ik was altijd zelfstandig. En niemand wil me helpen. De mensen hier zijn ook al zo vervelend tegen me.’
Ik werd er gek van, en dan heb ik nog maar één oor.

En nu sta ik dus in een piepklein keukentje in een verzorgingshuis. Het ruikt hier muf en haar huilbuien en woedeaanvallen hebben zich hier verveelvoudigd, omdat er genoeg mensen zijn om tegenaan te bakkeleien.
Er is vandaag een nieuwe verzorgster, Jonna. Een onschuldig mensie, en ze neemt de tijd voor haar als ze huilt of jammert. Dat heeft ze snel afgeleerd trouwens, kan ik je vertellen. Oh, wat is zij in de loop der tijd uitgekafferd. Net als haar collega’s. Nee, mijn mevrouw is niet geliefd hier in huis en de mensen mijden haar. Tsja, dat snap ik wel.
Ik daarentegen krijg behoorlijk veel aandacht hier. Iedere dag een vochtig schoon doekje over m’n neus bevalt me wel. Ik glim weer als een jonge heer. Krijg ook regelmatig complimentjes.
‘Goh, dat is een leuke oude waterkoker. Dat ‘ie het nog doet! Die is zeker al twintig jaar oud.’
Dat doet me goed hè! Ik doe het nog, ja. Ik sputter wel wat meer tegen vandaag de dag, maar da’s logisch op mijn leeftijd.
Mevrouw is vandaag vergeten boodschappen te doen en heeft aan Jonna gevraagd of ze van het ‘huis’ mee mag eten. Die zegt altijd ‘ja’.
Ah, ik hoor de etenskar al aankomen. Dan zal ik zo ook wel moeten werken, want ze wil natuurlijk theewater.
Als Jonna vraagt welk brood ze wil is er eigenlijk al gelijk mot. En waarom? Vraag het me niet. Mevrouw kan gewoon niet zonder snauwen iets zeggen.
‘Ik wil volkoren en niet zo’n laffe bruine boterham!’ spuugt ze Jonna lelijk toe.
Ik hoor haar zuchten. Ze zet de boterhammen op het aanrecht en vraagt of ze een kop thee van het huis wil. Ze schermt haar oren al onzichtbaar af. Dat zie ik in de blik in haar ogen.
‘Nee, die zwarte thee van jullie hoef ik niet. Is toch net modder! Het interesseert jullie ook helemaal niks wat jullie aan de mensen geven.’
Ze sluit de deur net iets te hard en mijn mevrouw braakt er nog wat scheldwoorden uit, die Jonna beslist gehoord moet hebben.

Mijn buik wordt gevuld met water en ze drukt op mijn knopje. Ineens ziet het zwart voor m’n ogen. Ik trek alle energie uit m’n snoer om staande te blijven. Al scheldend en tierend verlaat ze haar kamer en ze zet koers richting de zorgmedewerkers. Haar puntige dikke buik ver naar voren en met haar spillenbenen maakt ze hoorbaar grote stampende passen.
‘Het is toch godgeklaagd dat de elektriciteit uitvalt. Wat is dat voor een armoedige zooi hier! Sluit direct de elektriciteit weer aan!’
Er wordt kalm gereageerd en een telefoongesprek gevoerd. Ik vermoed met de technische dienst.
‘Ik wil m’n thee en als het binnen een kwartier niet is opgelost dien ik een klacht in bij de directie. Belachelijk hoe het hier altijd gaat,’ hoor ik haar blaffen, en driftige voetstappen komen mijn richting uit.
Ik zet m’n pootjes alvast schrap, want als ze de deur opengooit zal deze ongetwijfeld met volle vaart tegen het aanrecht aan komen.
Ze pakt de telefoon om haar ongenoegen nog eens te uiten.
‘Jullie doen maar wat en nemen me totaal niet serieus!’
Ondertussen zit ik toch met een ander probleempje. Ik voel me echt niet helemaal lekker.
Oh gelukkig, er is weer elektriciteit. Ik voel de energie weer stromen. Heerlijk!
Jonna en haar collega komen binnen en vragen aan mevrouw of ze mij mogen controleren.
Mij controleren? Hoezo?
‘Je moet heus niet denken dat het een van mijn apparaten is, want ik heb goeie spullen in huis. Het idee alleen al!’
Gelukkig, ze neemt het nog steeds voor me op. En inderdaad, ik ben goed spul, ondanks dat ik me beroerd voel vandaag.
Jonna drukt op mijn knopje en het licht gaat weer uit, en ik ook. Ik pruttel nog wat en hoor mevrouw nog wat benepen foeteren.
Ze willen me meenemen, maar dat mag niet van mevrouw. Ze schermt mij af door voor me te gaan staan. De dames laten zich echter niet intimideren en pakken me bij kop en kont op en nemen me mee. Onder zwaar protest natuurlijk. Ik sluit vermoeid m’n dekseltje en het laatste wat ik hoor is het gniffelen van dames.

 

Tot 18 december is het boek verkrijgbaar voor 17,95. Klik op de afbeelding voor meer informatie.

Ik wou dat de hemel openging JPG

Decemberactie: Boek ‘Ik wou dat de hemel openging’ Dementie in een andere dimensie

Ik wou dat de hemel openging JPG

Vandaag is dan als het goed gaat, de definitieve versie verzonden richting de drukker.

Als alles goed gaat, heb ik hopelijk dinsdag of woensdag 4/5 december een proefexemplaar in mijn handen. Ik ga ervan uit dat ik dit keer helemaal tevreden ben. Dat betekent dat ik dé grote bestelling ga plaatsen, zodat ik ook voorraad heb.
De verwachting is, dat eind volgende week het boek ook via de boekhandel en Bol te bestellen is, maar dan mis je wel de korting, want dit is de aankondiging van de voorinschrijving.

Tot 18 december 2018 is het boek verkrijgbaar voor 17,95, excl. verzendkosten.
Wil je gebruik maken van de actie?

Stuur een mailtje naar: info@marions.world met je naam, adres en woonplaats
Zodra ik de boeken in huis heb krijg je een melding via de mail van me, en wordt ‘ie verstuurd.

De website is nog niet online, maar hoop ik morgen of overmorgen online te hebben. Wil je een kijkje nemen in Marion’s World, klik dan overmorgen op deze link 😉 Marion’s World

Gegevens:

Ik wou dat de hemel openging
Dementie in een andere dimensie

Verschijningsdatum: december 2018
Druk : 1e druk
Aantal pagina’s : 196 pagina’s
ISBN : 9789082957402
Prijs : 20,50
Uitgever: Marion’s World

Achterflap Ik wou dat de hemel openging

De opname (uit: Ik wou dat de hemel openging)

cover Ik wou dat de hemel opengingZe wordt fier de huiskamer van het verpleeghuis binnengereden. Achter de rolstoel loopt een struise, grote vrouw met iets te zware make-up. Je kunt zien dat ze gehuild heeft, maar het weerhoudt haar niet om zich met een glimlach aan de verzorgster voor te stellen.

‘Goedemorgen, ik ben Amanda, de dochter van mevrouw Hilhorst,’ zegt ze met een heldere stem.
‘Welkom,’ zegt de verzorgster, en ze stelt zich voor als Helen.
‘Gaat u zitten, dan haal ik wat te drinken voor jullie.’
Amanda draait de rolstoel behendig naast zich en gaat zitten, zodat ze haar moeder kan zien en  streelt met haar duim liefdevol haar hand. Maar moeder heeft het ogenschijnlijk niet in de gaten, want ze kijkt stilletjes naar beneden en frummelt wat aan haar vest.Ze zit in haar eigen wereld en stoort zich niet aan de geluiden om haar heen. De andere mensen in de huiskamer zitten met elkaar te praten of kijken wat voor zich uit.

Een man en vrouw die bij het raam staan, maken nogal hoorbaar ruzie. Amanda kijkt verward naar deze twee mensen en ze twijfelt of ze er iemand van het personeel bij zal halen. Maar plots houdt het ruziënde stel op en gaat ieder zijn weg.
De vrouw loopt langs Amanda.
‘Zo gaat het hier nou altijd. Al die mensen in mijn huiskamer. Ik heb ze niet uitgenodigd, en al zeker die man niet,’ zegt ze verontwaardigd. ‘En wat doen jullie hier! Jullie heb ik ook niet uitgenodigd!’
Ze kijkt naar moeder en vraagt haar wie ze is. Maar moeder reageert niet.
Ze frummelt wat aan haar vest.
Tot zichtbare opluchting van Amanda komt Helen eraan met de drankjes en ze spreekt de vrouw vriendelijk toe.
‘Ik heb ze uitgenodigd om een drankje te komen drinken. Is wel goed, toch?’
‘Als ze maar weer weggaan,’ zegt de vrouw kortaf en ze loopt kordaat weg.
Amanda kijkt haar na. In de gang vindt de vrouw een medebewoner en ze uit haar grieven.
‘Wat doen al die vreemden in mijn huis! Hebben ze zelf geen huis?’
De man reageert zorgelijk: ‘Dat was mij ook al opgevallen.’
Helen gaat tegenover Amanda en moeder zitten en reageert op de situatie:
‘Deze mevrouw kan soms wat geïrriteerd reageren op de mensen om haar heen. Duurt meestal maar heel even.’
Amanda is er niet gerust op, maar laat het even rusten. Ze krijgt te veel indrukken vandaag om te reageren.
‘We gaan zo meteen een spelletje doen met de mensen. De vrijwilligers kunnen ieder moment binnenlopen. Wilt u daarbij blijven? Dan krijgt u een indruk van wat we hier allemaal zo doen en met wie.’
Amanda knikt ‘ja’, en zegt dat er uit moeder wel niet veel enthousiasme zal komen.
‘Nou, ze zal u nog verrassen misschien, want ze doet hoogstwaarschijnlijk niet actief mee, maar het gaat ook om het samenzijn en het groepsgevoel. Daar kunnen mensen op gaan reageren. Zullen we zo even naar uw moeders kamer gaan als u uw drankje opheeft, en wat spullen inruimen die u voor haar hebt meegenomen?‘
Ze drinkt haar laatste slokje thee op en kijkt nog even snel naar het volle kopje van haar moeder.

Ze lopen de lange gang in, waar sfeervolle schilderijen hangen uit grootmoeders tijd. Het ruikt fris en schoon. Hoe anders dan in de huiskamer, waar het muf en naar mensen ruikt.
Amanda buigt zich over haar moeder en zegt: ‘Kijk eens, mam, wat een leuke schilderijen.’
Moeder reageert niet en frummelt wat aan haar vest …
Ze rijdt de rolstoel door de deur die Helen voor hen openhoudt. Er staan al wat meubels van moeder, maar de sfeer ontbreekt. De muren zijn nog kaal en schreeuwen om een kleurtje of schilderijen. Er staan verhuisdozen op de vloer, die vol zitten met persoonlijke spullen van moeder.
Helen geeft aan dat de spelletjes rond 3 uur beginnen.
‘Maar geen haast hoor, want u kunt op elk moment aanschuiven,’ roept ze er nog achteraan, terwijl ze de kamer uit loopt.

Ze zet moeder bij het raam en kijkt wat moedeloos naar de volle dozen. Dit is het dan wat er van je leven overblijft, denkt ze, en ze pakt haar zakdoek uit haar tas om haar neus te snuiten. Drie volle verhuisdozen en stapels incontinentiemateriaal in de kast. Ze zucht nog maar eens diep en zakt neer op het bed dat bij het raam staat. Ze kijkt naar moeder en vraagt hoe ze het uitzicht vindt.

Moeder reageert niet en frummelt wat aan haar vest …

Daar is ‘ie dan; Ik wou dat de hemel openging

cover Ik wou dat de hemel opengingEn daar is ‘ie dan. De cover van mijn boek. Het had wat voeten in aarde, maar dan heb je ook wat.
De tekening is gemaakt door mijn moeder in haar jongere jaren, met tekenkrijt. Ik heb ‘m bewerkt door er wat kleur aan toe te voegen.

Voor mij heeft deze een symbolische betekenis gekregen voor haar leven met dementie.
De grauwe ruwe bergen met de open plekken, staan symbool voor de weggevallen functies in haar hersens. En de lucht beeldt haar immer wanhopige wens uit:
‘Ik wou dat de hemel openging.’

Rond 7 november verwacht ik de eerste exemplaren in handen te hebben. Zó spannend!

Mocht je ‘m al willen bestellen, dan kan je me een mailtje sturen naar info@marionsmoon.nl, met je naam en adres.

Verschijningsdatum naar verwachting: november 2018
ISBN: 978-90-829574-0-2
Druk: 1e druk
Aantal pagina’s: 188 pagina’s
Prijs: 20,00

Cover achterflap Ik wou dat de hemel openging